De eerste schenking voor een weeshuis in Nijkerk wordt gedaan in 1636 door Wouter van Hennekeler en zijn vrouw Elisabeth Schouten. Zij willen kinderen steunen die door de pest als wees achterblijven. Meer mensen volgen dit voorbeeld en in 1637 kan het Sint Catharinaklooster worden aangekocht. De regenten houden een aantal ruimtes van het klooster voor eigen gebruik, andere delen worden verhuurd of verkocht. De voormalige paterskamer wordt verbouwd tot een rijk ingerichte regentenkamer. Tot 1732 vergadert hier ook het toenmalige stadsbestuur (de ambtsjonkers).

Na de oprichting van het weeshuis wordt slechts één wees aangenomen. In de statuten zijn namelijk strenge regels opgesteld wie voor opname in aanmerking komen: kinderen moeten geboren zijn uit een wettig huwelijk van in Nijkerk geboren ouders die horen bij de Gereformeerde Gemeente. Ze mogen geen besmettelijke ziektes hebben en niet ouder zijn dan 10 jaar. Alle goederen, nagelaten door de ouders, vervallen aan het weeshuis. Als tegenprestatie ontvangt het kind voeding, kleding en onderwijs en bij het verlaten van het huis een uitzet. Het aantal weeskinderen neemt langzamerhand toe.

In de periode tot 1800 worden wezen uitbesteed bij gastgezinnen. Tegen een vergoeding krijgen weeskinderen kost en inwoning. Ook zijn ze verplicht naar school en kerk te gaan. Meisjes leren naaien en handwerken en worden dienstmeid. Jongens leren een ambachtelijk vak. In een leerlingcontract worden de wederzijdse verplichtingen vastgelegd.
Vanaf 1795 krijgen wezen tot hun zevende levensjaar verzorging in het centrale huis. Een weesvader en –moeder houden toezicht op de kinderen. In het jaar 1808 worden vier jonge kinderen verzorgd in het weeshuis en zijn veertien kinderen in de kost.

Architect Jurling ontwerpt de nieuwe huisvesting voor het weeshuis. In 1860 is het gebouw aan het Vetkamp klaar. Op de voorgevel prijkt een schilderij van de eerste twee wezen, Hendrik Jans en Renger Gerrits.
In 1861 worden de statuten gewijzigd. De leeftijd van op te nemen kinderen wordt verruimd en de eis dat de ouders geboren moeten zijn in Nijkerk vervalt. Aanleiding hiertoe is onder andere een geschil uit 1853 tussen de regenten en een groep van 70 notabelen onder leiding van de burgemeester. De regenten weigeren de opname van drie van de tien kinderen van apotheker Nijland, omdat vader Nijland niet in Nijkerk is geboren. De regenten gaan niet overstag, maar veranderen een paar jaar later wel de statuten.

Een andere aanleiding voor het wijzigen van de statuten is dat het kapitaal van het weeshuis aanzienlijk is gegroeid. Het is niet de bedoeling van de regenten om ‘intrest op intrest te stapelen, en het kapitaal van het fonds nutteloos te vergroten, terwijl hetzelve tot zoo menig menschlievend oogmerk konde worden aangemerkt.’ Het aantal weeskinderen neemt toe en is het grootst rond 1875: er worden dan ruim 35 kinderen verzorgd.


Regentenkamer anno 2010

Het leven in het weeshuis is gebonden aan strenge regels. De kinderen moeten zich houden aan een strak dagschema. Omdat ze op dezelfde wijze gekleed gaan, zijn de weeskinderen op school en in de kerk duidelijk herkenbaar.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het weeshuis verschillende malen door de Duitsers gevorderd. De kinderen wonen afwisselend in het weeshuis of bij particulieren. Het weeshuis raakt beschadigd na een bominslag in de naaste omgeving. In augustus 1945 kunnen de kinderen terugkeren.

Na de Tweede Wereldoorlog verandert er in Nederland veel op het gebied van de jeugdzorg. Er zijn minder wezen omdat door de betere gezondheidszorg en toenemende welvaart mensen langer leven. Het weeshuis wordt na de oorlog in overleg met het Ministerie van Justitie een zogenaamd ‘aangeschakeld instituut’. De opname van kinderen verschuift veelal van wezen naar half-wezen en naar kinderen die onder de voogdij vallen. Opname is nu mogelijk voor kinderen uit het hele land, alhoewel (Nijkerkse) wezen voorrang houden. Vanaf 1969 heet het Particulier Gereformeerd Burger Weeshuis: Kinderhuis West-Veluwe.

In 1972 valt het doek.Vanwege een afname van het aantal kinderen en een overschot aan tehuizen in deze regio, is het niet meer mogelijk de exploitatie rond te krijgen. Het bestuur sluit per 1 juli 1972 het kinderhuis.
Het gebouw staat een aantal jaren leeg. In 1979 raakt het pand opnieuw bewoond. Tot en met 2009, 30 jaar lang, is de huurder Stichting Meilust (na 1999 onderdeel van de 's Heeren Loo Zorggroep). Door samenvoeging van het kindertehuis Meilust met het Van Arkel instituut in Soest ontstaat binnen 's Heeren Loo de afdeling Arkemeyde, die zorg biedt aan jongeren met een licht verstandelijke beperking.

Vanaf april 2010 is de huurder van het gebouw de organisatie Intermezzo, een jeugdzorginstelling voor JeugdzorgPlus jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 23 jaar. JeugdzorgPlus staat voor jeugdzorg voor jongeren die een beschermde leefomgeving nodig hebben. In de sublocatie Nijkerk wonen vanaf voorjaar 2010 ongeveer 25 meisjes in de leeftijd 10 - 18 jaar.